Om cliënt en overheid een stand van kundige en bekwame natuurgeneeskundigen van behoorlijk maatschappelijk gedrag en beroepsmoraal te kunnen presenteren, is de “NOAG-beroepscode” vastgesteld. Door in het openbaar de NOAG-beroepseed af te leggen, verplicht elke NOAG-therapeut zich alle bepalingen van deze beroepscode in acht te nemen. Daardoor kunnen cliënten uitgaan van de betrouwbaarheid en bekwaamheid van de NOAG-therapeut. Daarnaast heeft de NOAG een tuchtreglement ingesteld. Inschrijving in het NOAG-register zal dan ook garant staan voor de bekwaamheid van een therapeut.

NOAG-beroepscode
De NOAG-therapeut zal, voor zover zijn beroepsbevoegdheden reiken, er naar streven elke cliënt de meest geschikte behandeling te geven. Hij zal de grenzen van zijn beroep ten opzichte van andere natuurlijke en reguliere deskundigen, werkend op het terrein van de volksgezondheid, in acht nemen. Hij onthoudt zich bij de uitoefening van zijn beroep van handelingen en uitspraken, welke gelegen zijn buiten het gebied van zijn eigen deskundigheid en/of bekwaamheid.

De NOAG-therapeut zal zijn cliënten naar beste vermogen behandelen en bijstaan, zonder aanzien des persoons. Hij zal feiten van vertrouwelijke aard aan hem toevertrouwd te allen tijde dienen te respecteren. De NOAG-therapeut behoort al zijn kennis en vaardigheden op peil te houden en uit te breiden, o.a. door permanente educatie (nascholing) welke verzorgd wordt door de NOAG. De NOAG-therapeut zal geen handelingen verrichten die in strijd zijn met beroepsethische opvattingen of het normaal fatsoen. Al deze gedragsregels, en die gevallen waarin niet voorzien, vallen ter toetsing onder het NOAG-tuchtreglement.

NOAG-tuchtreglement
Door inschrijving in het NOAG-register onderwerpt men zich aan de tuchtrechtspraak van de NOAG, zoals geregeld in dit NOAG-tuchtreglement. Een commissie bestaande uit twee personen uit het NOAG-bestuur en twee NOAG-therapeuten en een deskundige door het NOAG-bestuur aan te wijzen, zullen binnen twee maanden schriftelijk een bindende uitspraak doen omtrent een schending van de gedragsregels, onvakkundige behandeling, krenkende bejegening, toebrengen van schade – niet zijnde immateriële schade, geschillen en/of beroepsethische opvattingen en/of het normaal fatsoen.